Woonhuis Patrick + Petra
locatie: Kwintsheul
opdrachtgever: Patrick + Petra
status: opgeleverd
ism: architectenbureau kees van lamoen
Het contrast met de omgeving, de dynamische voorgevel en het krachtenspel tussen bijgebouw en woongebouw, maken deze vrijstaande ‘woondoos’ in de woorden van de welstandscommissie tot ‘een pareltje in het landschap’.
Het perceel is gelegen aan een dijkje in het kassenlandschap van het Westland. De wens van de opdrachtgever luidde als volgt: een bijzonder woonhuis met een grote verdiepingshoogte, zo veel vierkante meters vloeroppervlak als toegestaan en een apart bijgebouw met garage en hobbyruimte. Het huis moest bovendien een dialoog aangaan met het landschap en de tuin. Aanvankelijk werd gedacht aan traditionele typologieën zoals boerderettes en burgemeesterwoningen. Na een aantal gesprekken tussen opdrachtgever en architect heeft de traditie plaats gemaakt voor het andere uiterste: een vrij indeelbare, stalen doos van 24 meter bij 7,5 meter, met een vrije hoogte die varieert tussen 3 meter en 3,75 meter...
De stalen doos is ruim drie meter boven het maaiveld getild; aan een zijde rust deze op het bijgebouw en aan de andere zijde op twee ranke kolommen. Het diverse landschap met rietkragen en waterpartijen kan hierdoor zonder doorbreking onder het huis doorlopen. Door het hoofdvolume op te tillen, komt de woning boven het niveau van het dijkje te liggen. Hierdoor ontstaat een onbelemmerd uitzicht op het water en het achterliggende natuurpark.
Ter plaatse van de leefruimte is een veld van 9 bij 4 meter uit de vloer gesneden. Doordat de doos los is gehouden van de onderbouw, ontstaat een verdiepte woonkamer met een vrije hoogte van ruim 3,75 meter. Door dit vloerveld, dat eigenlijk het dak van het bijgebouw is, door te trekken naar buiten, ontstaat een riant terras en een overdekte voorruimte voor het bijgebouw. Door deze ingreep, maar ook vanwege het feit dat de onderbouw een rol speelt in de krachtsafdracht en stabiliteit van de bovenbouw, ...
zijn de twee elementen compositorisch en constructief met elkaar verweven. Het bijgebouw met zijn robuuste beton en krachtige vormentaal, contrasteert met de ‘licht’ ogende, asymmetrisch balancerende doos.
Het staalskelet van de bovenbouw is bekleed met horizontale houten delen. De voorgevel en zijgevel zijn grotendeels gesloten. Op twee plaatsen wordt van dit principe afgeweken: de entreepartij en de hoek tussen voorgevel en zijgevel zijn volledig beglaasd. De hoek met de achterliggende keuken is voorzien van twee schuifdeuren, waardoor het huis in de meest letterlijke zin ‘geopend’ kan worden.
De openingen in de voor- en zijgevel zijn voorzien van verdiepingshoge ‘shutters’, bekleed met verticale houten delen. De houten delen zijn 10 centimeter breed en hebben een tussenliggende afstand van 5 centimeter...
Hierdoor hebben de bewoners overdag een onbelemmerd uitzicht en ´s avonds voldoende privacy. De voorbijganger heeft overdag, wanneer de gevel geopend is, interactie met de bewoner en het landschap dat onder het huis is doorgetrokken. ´s Avonds onderscheidt hij bewegende silhouetten achter de messcherpe lichtstralen die de shutters doorlaten.
Niet alleen de relatie tussen bewoners, voorbijgangers en landschap is aan verandering onderhevig: wanneer de shutters verschoven worden en dag en nacht elkaar opvolgen, ondergaat de gevel een metamorfose.
Drie gelijkvormige interieurelementen verdelen de plattegrond in vier zones die ieder een specifiek programmaonderdeel herbergen. Dwars op de elementen is over de gehele lengte van het huis een open verkeerszone voorzien...
Op plaatsen waar een scheiding tussen twee zones functioneel onafwendbaar is, wordt in het interieurelement een verdiepingshoge schuifdeur opgenomen.
De drie interieurelementen herbergen alle noodzakelijke voorzieningen van de woning. Enerzijds liggen hierin de algemene functies zoals opslag, meterkast, toiletten en garderobe en anderzijds ‘zone-specifieke’ functies zoals de trap naar het bijgebouw, een computerwerkplek, een badruimte en een inloopgarderobe. De drie interieurschijven structureren de plattegrond, voorkomen losse binnenwanden en kasten, en vormen de basis voor de compositie van de grotendeels beglaasde achtergevel. Door de schijven aan de boven- en onderzijde los te houden, blijft de ‘doos’ van 24 bij 7,5 meter als één volume te ervaren.